Trombose in een notendop: risicofactoren, voorkomen en zelfzorg

Wat is trombose?

Trombose (veneuze trombose) is een ziekte die ervoor zorgt dat je bloed klontert en er bloedproppen ontstaan. Als gevolg hiervan kunnen sommige slagaders gedeeltelijk of helemaal worden afgesloten. Doordat het bloed niet verder kan stromen zwelt dat lichaamsdeel op. Dit kan zeer pijnlijk zijn. Vaak komt trombose voor in een ader van je been, dat heet dan een trombosebeen. Maar trombose kan ook ontstaan in andere lichaamsdelen zoals in je longen, hoofd, arm, bekken of hart. Door trombose kun je bijvoorbeeld een longembolie krijgen, een CVA, TIA, hartritemestoornis of boezem- of atriumfibrileren.

Wie krijgt trombose?

Iedereen kan trombose krijgen, maar gelukkig krijgt slechts ongeveer 1 op de 1000 mensen ermee te maken. Trombose komt vaker voor bij ouderen (>55 jaar). Trombose heeft niet altijd een duidelijke oorzaak.

Je kunt bijvoorbeeld een erfelijke aandoening hebben die het risico op trombose verhoogt, vaak in combinatie met andere (hormonale) factoren zoals het gebruik van anticonceptie. Die erfelijke afwijkingen zijn bijvoorbeeld afwijkingen die er voor zorgen dat je een tekort hebt aan antitrombine, proteïne C of proteïne S.

Wat zijn risicofactoren die trombose kunnen veroorzaken?

De risicofactoren die trombose kunnen veroorzaken zijn:

  • Grote operaties
  • Spataderen
  • Bepaalde geneesmiddelen (bijvoorbeeld chemo- of hormoonkuren)
  • Hart- en vaatziektes
  • Overgewicht
  • Zwangerschap
  • Roken
  • Langdurig stilzitten of liggen
  • Lange vliegreizen (langer dan 10 uur)
  • Ontstekingen aan de longen of darmen

Hoe is trombose te behandelen?

Trombose is goed te behandelen met antistollingsmedicijnen. Er zijn verschillende soorten antistollingsmedicijnen die je dagelijks of wekelijks moet innemen. Het type medicijn verschilt per klacht en per persoon. Bij sommige antistollingsmedicijnen ben je onder controle bij de trombosedienst.

Trombose kan verdwijnen door middel van bloedverdunners, oefeningen en in het geval van trombosebeen: steunkousen. Maar ook dit verschilt per situatie. Een kwart tot de helft van de trombosepatiënten blijft na 2 jaar toch nog (lichte) klachten houden, zoals een zwaar gevoel in een been of arm. In beweging blijven en oefeningen doen om de bloedsomloop te stimuleren, kunnen zeker bijdragen aan een goed herstel.

Kun je trombose voorkomen?

Ja, er zijn een aantal dingen die je zelf kunt doen om trombose te voorkomen:

  • Doe oefeningen om je bloedsomloop te stimuleren. Deze krijg je van een fysiotherapeut nadat je een operatie hebt gehad of een lange tijd op bed moet blijven liggen.
  • Wandel om de 2 uur om even je benen te strekken tijdens een lange bus- of /-vliegreis. Ook kun je strekoefeningen doen om de bloedsomloop te stimuleren.
  • Stop met roken. Door roken klontert je bloed sneller, dus als je de kans op trombose wilt verminderen is het beter om te stoppen met roken.
  • Leef en eet gezond. Mensen met overgewicht hebben een grotere kans op trombose. Een gezonde levensstijl en gezonde voeding kunnen helpen om trombose te voorkomen.

Als je al een keer trombose hebt gehad, heb je een grotere kans om het nog een keer te krijgen. Ook kan trombose terugkomen op dezelfde plek of in een andere ader. Daarom wordt aangeraden om steunkousen te dragen als je al eens een trombosebeen hebt gehad. Steunkousen kunnen voorkomen dat je dat nóg een keer krijgt.

Je hebt trombose. Wat nu?

Je arts zal je geschikte antistollingsmedicijnen voorschrijven. Bij sommige antistollingsmedicijnen is het nodig om de mate van stolling van je bloed, de zogenaamde INR waarde, regelmatig te meten. INR is de afkorting voor International Normalized Ratio. INR geeft de stollingstijd van je bloed aan. Hoe hoger de INR waarde, hoe langzamer je bloed stolt. Een INR van 1.0 is de normale waarde als je geen antistollingsmiddelen gebruikt. Een INR tussen de 2.0 en 4.0 is normaal als je deze middelen wél gebruikt. Meestal laat je je INR waarde meten bij een trombosedienst of een prikpost, maar meestal zou je dit ook zelf thuis kunnen doen met trombose zelfzorg.

Kun je thuis zelf je INR waarde meten?

Ja, meestal kun je zelf je INR waarde meten. Dat kan thuis of op vakantie. De waarden geef je online door aan een trombosedienst. Slik je één van deze medicijnen voor trombose: acenocoumarol (ook wel Sintrommitis), fenprocoumon (ook wel Marcoumar), Previscan of Warfarine? Dan kom je in aanmerking om zelf thuis je INR waarde te meten met trombose zelfzorg.

Bronnen: de Nationale Trombose Dienst, Trombosestichting Nederland, Hartstichting en Thuisarts.nl.